Background Image

Jaarboek 2018/19

Omslag van Jaarboek 2018/19

Jaarboek 2018/19

€20,00
Pagina's:
352
Uitgave jaar:
2019
Aantal kopieën:
45
Type:
Hardcover

  • Beschrijving

    Inhoudsopgave

    Inhoudsopgave
    Ten Geleide.
    Het cistercienzer nonnenklooster Ter Haghen (Willy Verschraegen).
    De ontwikkeling van het Zaamslagse woonhuis, 1650-1940. Een geintegreerd bouwhistorische en historisch onderzoek. (Richard Lensen).
    Archeologie in Hulsterambacht. Resultaten van archeologisch onderzoek in het buitengebied en de kernen in de periode 2003-2018 (Nathalie de Visser).
    Sint-Janscapelle in Assenederambacht. Een zeer bijzondere archeologische site (Marc de Vleesschauwer).
    Een zeldzaam 'Veldtboeck' en 'Cocboeck' (Marc Buise)
    Jan de Meijer. ooit de rijkste man in Sas van Gent (Paul de Meijer).
    Speurend in kamers, kasten en laden. Twee boedelinventarissen uit het midden van de 18de eeuw uit Zaamslag (Richard Lensen & Wytze Stellingwerf).
    Personalia van de auteurs.

    Beschrijving

    Na drie thematische jaarboeken is besloten ditmaal een meer gevarieerd werk aan te bieden met artikelen die een groot deel van de voormalige Vier Ambachten beslaan. In zeven artikelen komen zaken aan bod met betrekking tot archeologie, genealogie, bouwhistorie, wooncultuur, religieuze geschiedenis en boekhistorie. Daarbij steunen enkele bijdragen op meerdere disciplines.

    In het eerste artikel maakt Willy Verschraegen ons deelgenoot van het wel en wee van Het cisterciënzer nonnenklooster Ter Haghen, het resultaat van een diepgaand literatuuronderzoek. Dit was een van de weinige autonome kloosters binnen het grenzen van de Vier Ambachten. De meeste vestigingen betrof immers uithoven en neerhoven van abdijen die elders in Vlaanderen stonden. Bijna 350 jaar lieten de kloosterlingen onder vaak moeilijke omstandigheden het veengebied afgraven en de grond in cultuur brengen.

    De ontwikkeling van het Zaamslagse woonhuis van de hand van Richard Lensen is gebaseerd op de resultaten van diens bouwhistorisch en historisch onderzoek in die plaats. Met oog voor detail neemt hij ons mee op zijn speurtocht door het dorp. Uitgebreid wordt de opbouw en verdere ontwikkeling van het dorp Zaamslag, sedert de bedijking van de gelijknamige polder in 1648 tot diep in de twintigste eeuw, uit de doeken gedaan.

    In het vorige jaarboek nam Nathalie de Visser de archeologie van de binnenstad van Hulst onder de loep. In Archeologie in Hulsterambacht bundelt ze alle onderzoeken van de afgelopen vijftien jaren binnen een groot deel van de gemeente Hulst. Ook wordt aandacht besteed aan het juridische aspect van de archeologie.

    Door een merkwaardige speling van het lot heeft Marc de Vleesschauwer een bijzondere band met Sint-Janscapelle in Assenederambacht. Een van de voorouders van de auteur komt voor in de archieven met betrekking tot deze site en de site ligt nog steeds op familiegrond. In dit artikel zijn de resultaten van zijn onderzoek naar Sint-Janscapelle op overzichtelijke wijze gebundeld. Hiermee is aangetoond waar de kapel precies heeft gestaan, aan wie ze heeft toebehoord en hoe de geschiedenis moet zijn geweest.

    Marc Buise werd uitgenodigd om ‘een oud kookboek’ te bekijken en kreeg daarbij te horen hoe de bezitter het in handen had gekregen. Dit prikkelde de nieuwsgierigheid en een uitgebreide zoektocht naar de oorsprong van Een zeldzaam Veldtboeck en Cocboeck volgde. Daarbij kwam tevens de levensloop van enkele bezitters aan het licht.

    De geschiedenis van Jan de Meijer, ooit de rijkste man in Sas van Gent wordt beschreven door een nazaat, Paul de Meijer. Zijn leven speelde zich af in de roerige periode waarin Staats-Vlaanderen veranderde in Zeeuwsch-Vlaanderen. Maar Jan en zijn echtgenote hebben zich in menig opzicht verdienstelijk gemaakt, vooral voor de katholieke gemeenschap in Sas van Gent en Axel. Met het geld dat ze hebben nagelaten is bijvoorbeeld de ‘Cuyperskerk’ in Sas van Gent gebouwd.

    Richard Lensen trof in het Zeeuws Archief te Middelburg twee boedelbeschrijvingen aan uit het Zaamslag van omstreeks 1750. Dat vormde de inspiratie tot het schrijven van Speurend in kamers, kasten en laden samen met Wytze Stellingwerf, een specialist op het gebied van de Nederlandse wooncultuur.

  • Opmerkingen

    Er zijn geen opmerkingen