Background Image

Unico Cazius, een markant...

DSCF5054aDe heer Unico Willem Elisa Cazius werd op 26 juni 1799 te Utrecht geboren en gedoopt Cazius artilleriein de Cathrijnekerk op 30 juni 1799. Het gezin Cazius was in goeden doen. Vader Jan Hendrik was advocaat en van 1802 tot 1827 secretaris van de Duitsche Orde, Balije van Utrecht en van 1827 tot 1845 rentmeester van de Duitsche Orde. Hij was ook lid van de gemeenteraad van de stad Utrecht en had met zijn broer Unico Wilhelm Teutonicus een steenbakkerij. Het gezin bestond uit vijf zonen en twee dochters. Unico Cazius was een goede leerling, vanaf zijn tiende jaar doorliep hij in Utrecht het gymnasium, waar hij meerdere eerste prijzen behaalde.

Zijn verdere carrière kunnen we niet los zien van de gebeurtenissen na de Franse tijd. In november 1813 keerde Willem George Frederik van Oranje terug uit Engeland en op 2 december 1813 werd hij uitgeroepen tot Soeverein Vorst der Verenigde Nederlanden.
In maart 1814 nam Unico Cazius dienst als vrijwilliger bij het korps rijdende artillerie te Utrecht. Na afgelegd examen en bij besluit van de Soevereine Vorst werd hij aangesteld als cadet van de wapens en de artillerie en genie te Delft. Unico Cazius bracht het op de militaire school te Delft tot 1e luitenant-adjudant bij de artillerie. In maart 1824 diende Unico zijn ontslag in bij koning Willem I, die hem op de meest eervolle wijze uit de militaire dienst onthief.
Op 2 april 1824 begon voor Unico een nieuwe fase in zijn leven. Hij had aan de koning gevraagd of hij een rechterlijke positie mocht bekleden. Als beloning voor vele diensten die Unico had verleend aan de wapenen der artillerie werd hem dispensatie van doctorsgraad der rechten verleend. Gelijktijdig werd hij benoemd tot substituut-griffier bij de Hollandse kamer van het Hoog Gerechtshof te Luik. Aan die betrekking was wel de voorwaarde verbonden dat hij aan de hogeschool te Luik diende te promoveren. Hij promoveerde op 26 juni 1829.Huwelijksakte a

Ook op liefdesgebied had Unico geluk. Hij leerde Marguerite Antoinette Aimee Gaudin (Parijs 14-08-1797) kennen, waarmee hij in het huwelijk trad op 14 augustus 1822 te Luik.
Met Marguerite kreeg hij vier kinderen die alle te Luik werden geboren:
- Jean-Henri Chretien, geboren 11 februari 1824.
- Elisa Marie Antoinette Cherie Christine, geboren 22 juni 1826.
- Laure Ferdinande Victoire, geboren 6 juni 1828.
- Jacqueline Albertine Ferdinande, geboren 5 oktober 1829 en gestorven 3 augustus 1830.

Toen op 25 augustus 1830 de Belgische opstand uitbrak, moesten de meeste Hollandse ambtenaren de benen nemen. In september 1830 werd Unico door het Voorlopig Bewind te Brussel een betrekking als procureur-generaal van het Hooggerechtshof aangeboden in Luik. Deze weigerde hij omdat hij trouw was aan koning Willem I. Dit had als gevolg dat Unico met zijn gezin halsoverkop Luik moest ontvluchten: hij werd gezocht en op de nacht van vertrek werd hun huis geplunderd. Cazius en zijn gezin vonden een nieuw thuis in Sint-Pieter bij Maastricht. Daar wordt hem gevraagd om substituut officier bij de rechtbank van eerste aanleg te Maastricht te worden. Hij combineerde deze functie met die van tijdelijke auditeur militair bij de krijgsraad gedurende het beleg van Maastricht in de jaren 1831-1838. Op 18 september 1838 werd hem de functie van advocaat-generaal bij het provinciaal gerechtshof te Utrecht aangeboden. Deze aanvaarde hij en het was daar dat hij op 30 juli 1844 werd benoemd tot procureur generaal. Tijdens de lintjesregen op 6 december 1846 verkreeg Unico de Ridderorde van den Nederlandse Leeuw. Tijdens het revolutiejaar 1848 werd hij op uitdrukkelijk verzoek van koning Willem II naar Limburg overgeplaatst om daar zijn werkzaamheden als procureur generaal voort te zetten. Het doel van deze opstand was de instelling van een liberaal politiek systeem, het mogelijk maken van een liberale grondwet of het verdrijven van vreemde heersers. Uiteindelijk kwam daar weinig van terecht.
Unico's privéleven verliep minder voorspoedig. Op 26 december 1863 overleed te Maastricht zijn vrouw Marguerite op de leeftijd van 66 jaar. Zij werd katholiek begraven op de begraafplaats te Maastricht. Kort daarna verzocht hij om ontslag uit ’s lands dienst hetgeen hem op de meest eervolle wijze op 1 oktober 1865 werd verleend.

Cazius onderscheidingen aUnico kreeg tijdensetui cazius 2 zijn 50-jarige loopbaan in de rechterlijke macht meerdere onderscheidingen.
Zo werd hij op 2 november 1853 Kommandeur der orde van de Eikenkroon. Op 21 juni 1856 werd hem door koning Friedrich Wilhelm van Pruisen de ridderorde 3e klasse van den Rooden adelaar geschonken terwijl hij op 31 december 1856 tot Officier der Leopoldsorde van België werd benoemd. Op 27 juni 1865 ontving hij te Leiden uit handen van Z.K.H. Prins Frederik der Nederlanden het Zilveren Kruis der Oud strijders 1813-1815. Na zijn ontslag als procureur-generaal in 1865 verleende koning Willem III het groot-officierskruis met de ster van de orde van de Eikenkroon.
Unico was trots op de door hem verworven onderscheidingen. In Brussel bestelde hij bij Gustave Wolfers een aantal speciale rozetten, waarin hij al zijn onderscheidingen combineerde. Ook liet hij een etui maken waarin hij zijn collectie kon presenteren. In de etui was een speciale bergruimte voor het reservelint van de Orde van de Nederlandse Leeuw en het Zilveren Kruis. Ook lag er een envelopje in met de tekst ‘sleuteltje van het kistje’.

Wat is nu de link van de Dhr. Cazius met Hulst?
De dochter van Unico en Marguerite, Laure huwde op 12 augustus 1856 in Maastricht met de Hulster grootgrondbezitter Alphonse Guillaume Victor Hombach. Alphonse kende Unico van de cadettenschool te Delft, zodat een ontmoeting met Unico's dochter gauw geregeld was. Alphonse nam Laure mee naar Hulst waar ze gingen wonen in de Steenstraat B nr. 6 (het latere ING pand).
Laure en Alphons kregen vier kinderen:
- Marie Julie Louise Elise (Hulst 30-12-1857 / Brussel 8-4-1931).
- William Louis Ferdinand Charles (Hulst 25-3-1860 / Luik 22-5-1872).
- Jules Henry Alphonse Victor (Hulst 31-7-1861 / Hulst 3-4-1865).
- Ferdinand Cornelis Octave Marie (Hulst 9-5-1863 / Delft 26-12-1953)

Unico Cazius kwam geregeld langdurig bij zijn dochter Laure op bezoek, zoals van 1 september 1872 tot 18 januari 1873. Hij was toen nog steeds woonachtig in Sint-Pieter bij Maastricht. Op 25 april 1876 kwam hij weer naar Hulst. Een dag later kreeg Unico een toeval in bed en stierf nog diezelfde avond. Op 27 april stuurde Alphons Hombach een telegram naar zijn schoonbroer Jean-Henri in Den Bosch, dat zijn vader was overleden. Het is goed te weten dat de familieverhoudingen niet zo goed waren.
Jean-Henri was hervormd gebleven en de beide zussen Laure en Elisa waren katholiek geworden: Laure door haar huwelijk met Alphonse en Elisa was het klooster ingegaan te Brussel. Ook was het zo dat hun moeder Marguerite 13 jaar eerder katholiek begraven was in Maastricht. Zij lag in een huurgraf. Dit graf is nooit verlengd geweest door Jean-Henri of Laure.
De vraag rees wat te doen met de begrafenis van Unico Cazius. rekening begrafenis Terug naar Sint-Pieter was geen optie; de reistijd en het regelwerk zouden teveel tijd kosten. Besloten werd om Unico in Hulst te begraven. Alphonse zocht contact met de hervormde gemeente in Hulst en regelde dat Unico begraven kon worden volgens de hervormde gebruiken. Deze begrafenis koste 192 gulden. Hij werd begraven op 29 april 1876 op de in 1870 in gebruik genomen begraafplaats aan de Zoutestraat. Alphonse had een grafkelder laten metselen à raison van 212 gulden.
De boedeldeling was voor Jean-Henri een grote teleurstelling: alles ging naar Laure en Elisa. Elisa kon geen goederen aannemen omdat zij non was, maar kreeg een som geld uitgekeerd dat naar het klooster ging in Brussel. Elisa stierf in Brussel op 17 januari 1892.
Laure overleefde haar man Alphonse, die stierf op 23 mei 1901. Hij ligt begraven in het familiegraf op het Hulster Père Lachaise. Laure stierf in het sanatorium te Aken op 26 augustus 1905. Ook zij is bijgezet in het familiegraf Hombach te Hulst.

Zover de zoektocht naar de heer Unico Cazius. Verder onderzoek naar eventuele nazaten van de families Cazius en Hombach ligt in het verschiet. Thans verkeert zijn graf in een deplorabele toestand. Voor zo'n groot staatsman zou er meer respect moeten zijn. Hopelijk wordt het in de nabije toekomst hersteld.

Ilse Thuy-van de Velde, januari 2017.

Bronnen
Gemeentearchief Hulst
Het Utrechts archief
Museum van de Kanselarij der Nederlandse Orden
De Nederlandse leeuw, jaargang 22,1904
www.zoekakten.be
www.zeeuwengezocht.nl 
Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 7
Gemeentearchief Delft, toegang 15, inv.nr. 671, akte 669.