Background Image

'oorlogsgraven' Zoutestra...

 

De Oorlogsgravenstichting verzorgt het onderhoud van zo’n DSCF100450.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan 50 landen, verspreid over vijf continenten. Meestal bevinden deze graven zich op speciale erevelden. Een aantal ligt op gewone begraafplaatsen in steden en dorpen, zoals Graauw en dus ook te Hulst. Veel oorlogsslachtoffers hebben echter geen aanwijsbaar graf. De namen van deze 125.000 mensen staan in 42 gedenkboeken die bewaard worden op het Nationaal Ereveld Loenen. 

In Nederland onderhoudt de stichting naast de graven op Nationaal Ereveld Loenen (3.898 graven) en Militair Ereveld Grebbeberg (852) 12.060 verspreid in Nederland liggende oorlogsgraven. Het gaat hier om 2.151 Nederlandse, 7.944 Gemenebest en 1.965 andere geallieerde graven. Op de betreffende begraafplaatsen vinden we dan ook het bekende bordje “òorlogskerkhof” van de stichting.
In haar database registreert de stichting als ‘oorlogsslachtoffer’ burgers en militairen die in de strijd met de vijand of door hun handelingen of houding tegenover de vijand het leven hebben verloren. Ook mensen die tijdens de door de vijand opgelegde internering of vervolging overleden zijn, rekenen we hiertoe.
Mensen die zijn omgekomen door oorlogsgeweld zoals een beschieting of bombardement, maar ook de mensen die de oorlog overleefd hebben en hun ervaringen altijd met zich hebben meegedragen worden omschreven als ‘slachtoffer van de oorlog’.

Uitgaande van deze criteria blijkt het merendeel van de Hulster slachtoffers in de categorie ‘slachtoffers van de oorlog’ te moeten worden ondergebracht. Slechts twee van hen staan officieel geregistreerd als ‘oorlogsslachtoffer’ maar er is mogelijk nog een derde persoon die dat predicaat verdient. Er is echter ook een grijs gebied zoals duidelijk zal worden uit de verhalen hieronder. Ongeacht of al deze mensen wel of niet een erkenning hebben als ‘oorlogsslachtoffer’ zijn allen direct of indirect omgekomen door oorlogshandelingen gedurende de Tweede Oorlog. Zij verdienen allemaal ons respect. Wellicht iets om bij een volgende dodenherdenking rekening mee te houden. Van het monument op het glacis is het slechts een paar honderd meter lopen naar het kerkhof. Logistiek hoeft dat geen probleem te zijn.

De verhalen:
Slachtoffers torenbeschieting

oorlog DSCF0975bb

 

De bekendste Hulster slachtoffers van de oorlog’ die we op het kerkhof vinden, zijn de zes mannen oorlog DSCF4171bbdie op woensdag 13 september 1944 bij de artilleriebeschieting op Hulst door Poolse tanks om het leven zijn gekomen. Piet Brand (1972) verhaalt er over in zijn geschiedenis van Hulst. De mannen stonden op die mooie nazomeravond op de hoek van de Lange en de Korte Nieuwstraat de gebeurtenissen van de dag te bespreken toen de tweede granaat in het groepje viel en ontplofte. Vijf van hen, Augustinus Kramer, Hypolite Truyens, Honoré Reuling, Petrus Picavet en Izaäk van Driel, waren op slag dood, de zesde, Louis Dankaert, stierf dezelfde avond aan zijn verwondingen. Ze werden op zaterdag in alle haast begraven. De dag daarna begon omstreeks half zes in de namiddag wederom een beschieting. Deze verwoeste onder andere met twee voltreffers “Het Bonte Hert”, waarbij de eigenaar Ludovicus Brand om het leven kwam. Met uitzondering van Izaäk van Driel liggen deze mannen (en van enkele ook hun echtgenotes) naast elkaar begraven met een gemeenschappelijk monument. Van Driel ligt begraven op het protestantse gedeelte van het kerkhof rechts van de toegang; overigens zonder enige vermelding van het slachtoffer zijn.

Buiten deze zeven zijn nog vier Hulster mannen als gevolg van oorlogshandelingen om het leven gekomen. Voor hen geen plotselinge dood maar veelal een korte of lange lijdensweg.

Willy d'Hondt 

In dezelfde rij als het voornoemde gemeenschappelijke graf ligt Willy d’Hondt. Als militair was hij krijgsgevangen geworden. In 1942 werd hij in een werkkamp te Brux (het huidige Most in Tsjechië) geplaatst. Bij de bevrijding kwam dit kamp tussen de oprukkende Amerikanen en Russen te zitten. De Duitsers kozen het hazenpad en de gevangenen probeerden naar de Amerikanen te ontvluchten. Samen met anderen kon Willy van een Amerikaanse vrachtwagen een lift krijgen om tot achter het front te komen. De dronken chauffeur reed in een ravijn met als gevolg zes doden en veel gewonden. Willy hoorde bij die laatste groep met onder andere een gebroken rug waardoor hij grotendeels verlamd was. Hij kwam in een Amerikaans hospitaal in Soissons (Frankrijk) terecht. Zijn broer vond hem daar waarna hij via ziekenhuizen te Brussel en Utrecht uiteindelijk in de Ursula-kliniek te Wassenaar terecht kwam, waar hij uiteindelijk kwam te overlijden: ‘slachtoffer van de oorlog’? Hij staat niet in de database.

Emile Burm 

DSCF4170bbNiet ver van het baarhuisje ligt Emile Burm in het familiegraf Burm. Toen de oorlog uitbrak, was hij werkzaam op de boerderij van zijn ouders aan de Paardenmarkt. Hij wilde niet onderduiken om te voorkomen dat anders zijn vader in Duitsland te werk gesteld zou worden. Samen met onder andere George de Kock, Jo Beck en Peet Blommaert, vertrok hij op 15 juni 1943 naar Duitsland. Na een jaar dwangarbeid kreeg hij tuberculose werd hij in een ziekenhuis te Lübeck opgenomen. Tien dagen later hoorde men dat hij daar op 18 juli was overleden, 21 jaar oud. Hij werd in Lübeck begraven maar is in 1951 overgebracht naar Hulst en op 16 november bij zijn ouders bijgezet. Hij staat vermeld in de database als ‘oorlogsslachtoffer’.

Honoré Verwilgen oorlog DSCF4168bb

Honoré Verwilgen vinden we aan de zuidzijde van de begraafplaats links van de ingang aan de Glacisweg. Hij was de uitgever en drukker van diverse boekwerken over Hulst (van J. Adriaanse) en drukte ook de jaarboeken van de Oudheidkundige Kring. Zijn weigering om het Hulsterblad, dat hij eveneens uitgaf en drukte, ten dienste te stellen van de Duitsers koste hem een transport naar het concentratiekamp Vught. Hij was toen al 65 jaar en na een kort verblijf - waarbij hij werd verhoord - mocht hij terug naar huis. Blijkbaar beschouwde men zijn vergrijp minder ernstig dan aanvankelijk het geval is. Alhoewel, kort daarna is hij overleden. Gezien het grafschrift “overleden door schuld van onze bezetters” ligt het voor de hand dat men de man te Vught wellicht iets te hardhandig heeft aangepakt. Hij is niet opgenomen in de database maar lijkt ons toch een echt ‘oorlogsslachtoffer’. Opmerkelijk is dat dit graf kortgeleden is verwijderd.

Leendert Stoorvogel

Op het Nederlands-hervormde gedeelte, vrijwel achter het graf van Izaäk van Driel, bevindt zich het graf van de afdelingscommandant van de Koninklijke Maréchaussée te Hulst, Leendert Stoorvogel en diens echtgenote, Johanna Tydeman. Hun oudste zoon Leendert (Leen) wordt in augustus 1943 gearresteerd door de S.D. wegens het verbergen van Joden en overgebracht naar de gevangenis te Arnhem. Zijn vader vertrok naar Harderwijk om hem los te krijgen maar werd er eveneens gearresteerd. Beide kwamen in Haren en daarna in Vught terecht. Leen wordt veroordeeld tot vier jaar tuchthuisstraf en verhuist naar het concentratiekamp Amersfoort. Na 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) wordt hij samen met nog 1.300 personen op transport gezet naar Duitsland. Daar sterft hij op 20 november 1944 ten gevolge van ziekte en ontberingen in het concentratiekamp te Neuengamme, 26 jaar oud. Voor hem geen gedenkteken, daar zijn stoffelijke resten niet naar Hulst zijn overgebracht, maar zijn verhaal past wel in de context. Hij staat geregistreerd als ‘oorlogsslachtoffer’.

Marc Buise, 2016

Met dank aan Eddy Taalman voor het beschikbaar stellen van zijn archiefstukken en fotomateriaal.

Literatuur:
P.J. Brand, De geschiedenis van Hulst. Hulst, 1972.
https://oorlogsgravenstichting.nl