Background Image

Planten op de begraafplaa...

Planten op begraafplaatsen zijn zeer belangrijk: ze brengen leven en daarnaast ook kleur, vorm en beweging bij wind. Dit geeft zeker een hele mooi uitstraling aan zo’n oude plaats.

Maar planten spelen ook een belangrijk rol in het vormen van authentieke ecosystemen binnen begraafplaatsen. Vaak vormt de vegetatie als primaire producent de basis van een (land)ecosysteem. Ze trekken insecten en vogels aan en in het algemeen fungeren ze als onderdak voor dieren, die voedsel en zuurstof van de plant afnemen. Nectar producerende planten trekken insecten aan en helpen zo aan bestuiving, niet alleen van de natuur in het openbaar groen (biodiversiteit), maar ook in de land- en tuinbouw.

Op de begraafplaats zijn meer dan 170 soorten planten (bomen, struiken, grassen en kruiden) gevonden. De variatie in plantensoorten die hier voorkomen staat symbool voor de rust die er heerst. En dat geeft de kans aan de natuur voor zijn expansie en variatie.

De natuur in Nederland staat onder druk. De biodiversiteit, het aantal wilde soorten planten en dieren – ook wel gebruikt als synoniem voor natuur – neemt nog altijd af. Begraafplaatsen kunnen een belangrijke rol spelen bij het stopzetten van dit proces en de verbetering van de biodiversiteit.

Determineren van planten
Het determineren van planten in de begraafsplaats aan de Glacisweg werd gedaan in de zomer, gedurende de maanden van optimale herkenbaarheid van planten - juni, juli, augustus en september – door Annemiek Persijn, Clara Dekker, Marian Sponselee, Ria van Minnen, Marc Buise, Hans Molenaar, Bram Vroegindeweij, Peter Maas, Cathy Maas en Sonsoles Marin. Het accent lag bij wilde en verwilderde (dus niet aangeplant) planten, zowel grassen als ‘echte kruiden’ en ‘onkruiden’. De meeste planten waren in bloei of in de afrijpingsfase (vrucht en zaad), waardoor het een stuk gemakkelijker was om ze te herkennen. Na een aantal weken van heftige droogte en hitte, met name in augustus, waren de meeste van de kruiden (vooral in en rond de graven en langs de paden) uitgedroogd, waardoor in het begin van de maand september is besloten de inventarisatie te beëindigen.

De volgende locaties zijn onderzocht:DSCF5017
- Oude en nieuwe ingang
- Hoofdpaden
- In de paden tussen de graven
- Rondgang om het baar huisje
- Op de graven zelf
- Rondom en tussen de graven
- Bij de randbeplanting
- Op verschillende grasvelden

Biotopen in de begraafplaats
Diverse standplaatsen of biotopen bevinden zich in de begraafplaats:
- Hoofdpaden en paden tussen de graven
- Droog zand
- Randbeplanting en grasvelden
- Vochtige en voedselrijk grond
- Stenige plaatsen
- Op de graven zelf
- Oude ingang aan de Zoutstraat

De bodemsamenstelling van de begraafplaats bepaalt in grote mate welke planten er groeien:

Op droog zand akkerhoornbloem, zandhoornbloem, zandmuur, zandraket, Canadese fijnstraal, schapenzuring, gewone veldbies, winterpostelein, klein vogelpootje of rode schijnspurrie.

Onder de typisch planten van stikstofrijke bodems bevinden zich de verschillende soorten van klavers, bergbasterdwederik, grote weegbree en grote brandnetel.

De vochtige, voedselrijke, niet te zure en omgewerkte grond zorgt voor de meeste soorten van de begraafplaats: beklierde basterdwederik, beklierde duizendknoop, heermoes, hondsdraf, kleefkruid, kleine ooievaarsbek, wilgenroosje, akkerkool, gekroesde melkdistel.

Op grazige zandbodems gewone brunel, gevlekte rupsklaver, grasmuur, hopklaver, knolboterbloem, smalle weegbree, oranje havikskruid en vergeten wikke.

Planten zoals glansglaver, grote leeuwenklauw en gevlekte rupsklaver komen meestal voor op zandige klei.

In vochtig gras zijn fluitenkruid en fioringras te vinden.

Op de stenige standplaatsen komen de muurleeuwenbek, mannetjesvaren, tongvaren, muurpeper, gele helmbloem, steenbreekvaren en muurvaren voor.

Soort planten
In totaal werden er bijna meer dan 140 soorten grassen en kruiden gevonden, hetgeen aangeeft dat er een gevarieerde flora is. De begraafplaats kan dus beschouwd worden als een kruidenrijke plaats. In totaal betreft het 37 verschillende plantenfamilies. De plantenfamilies met de grootse aantal soorten waren de Asteraceae (Composietenfamilie) met 22 soorten, gevolgd door de Fabaceae (Vlinderbloemfamilie of Leguminosae familie) met 13 en als laatst in belang door de Poaceae (Grassenfamilie) met 11 en de Caryophillaceae (Anjerfamilie) met 11. Deze families vertegenwoordigen 40% van alle planten die in de begraafplaats zich bevinden.

Enkele bijzondere en opvallende plantensoorten

- geelgroene vrouwenmantel Alchemilla xanthochlora
Plant van 15-80 cm. Bloei van mei tot/met oktober. Deze plant is overblijvend en hemikryptofyt (winterknoppen op of iets onder de grond). Staat in de rode lijst als gevoelig; zeer zeldzaam in enkele gebieden in Nederland. Deze kruid heeft als standplaats vrij vochtige tot vrij droge, grazige grond, en kan ook gevonden worden langs beken. De vindplaats op de begraafplaats betreft zeer waarschijnlijk uitgeplante en/of verwilderde exemplaren.

- grote leeuwenklauw Aphanes arvensis
Plant van 2 - 20 cm. Bloeit van mei tot en met augustus. Is eenjarig en Therofyt (geen winterknoppen). Komt voor op open, vochtige, voedselrijke, kalkhoudende grond, meestal in akkers op zandige klei en löss. Zeldzame soort in Zeeland.

- korenbloem Centaurea cyanus
Plant van 30 - 60 cm. Bloeit van juni tot en met augustus. Is eenjarig en Therofyt (geen winterknoppen). Komt voor op zandige en lemige of kalkhoudende bodems. Vrij zeldzaam in het oosten en midden van ons land en in Zuid Limburg. Achteruit gegaan door het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen. Planten op de begraafplaats zijn vermoedelijk uitgezaaid of verwilderd.

- tongvaren Asplenium scolopendrium
Plant van 15 tot 60 cm. Sporenplant. Heeft rijpe sporen in de maanden juli en augustus en is overblijvend en dus hemikryptofyt. Vrij zeldzaam in stedelijke gebieden en zeer zeldzaam in de Hollandse en Zeeuwse duinen, in de Biesbosch en in Zuid-Limburg

- steenbreekvaren Asplenium trichomanesDSCF5016
Plant tot 35 cm. Groeit uitsluitend op oude of verweerde muren. Sporenplant, met rijpe sporen in de nazomer. Is landelijk weinig algemeen en in Zeeland zelfs zeldzaam.

- gele helmbloem Pseudofumaria luteaPlant tot 30 cm hoog. Groeit vaak op of langs muren die opgemetseld zijn met oude kalkmortel. In Zeeland zeldzame soort.

Andere zeldzame soorten in Zeeland die zijn gevonden:

- mannetjesvaren Dryopteris filix-mas (L.) Schott
- akkerviooltje Viola arvensis Murray
- gewone hennepnetel Galeopsis tetrahit L.
- grasmuur Stellaria graminea L.
- grove varkenskers Coronopus squamatus (Forssk.) Asch
- moerasrolklaver Lotus pedunculatus Cav.
- ruw vergeet-mij-nietje Myosotis ramosissima Schult.
- zandraket Arabidopsis thaliana (L.) Heynh.

Exoten soorten:

- bezemkruiskruid Senecio inaequidens
Exotische plant afkomstig uit Zuid-Afrika (met de wol vanuit dit land naar Europa aangevoerd). Het is een invasieve soort die nieuw is in de Nederlandse flora en dus als een neofyt beschouwd moet worden. De plant, die alleen aanvankelijk te vinden was bij wol verwerkende bedrijven en wasserijen, is razendsnel door de hele Europa verspreid in de jaren ‘60 en ‘70. Zoals alle kruiskruiden, produceert deze soort veel pollen en nectar en wordt veel bezocht door insecten als zweefvliegen, bijen en vlinders. Deze bevatten bovendien veel alkaloïden die beschermen de plant tegen de vraat van insecten en vee. Maar juist die alkaloïden trekken gespecialiseerde insecten aan, zoals boorvliegen, die hun eitjes in de bloemhoofdjes afzetten.

- harig knopkruid Galinsoga quadriradiata
Oorspronkelijk uit Midden en Zuid-Amerika, en gedocumenteerd in Nederland sinds de jarig ’20 van de vorige eeuw. Het is ook een invasieve exoot en is sinds de vestiging in ons land, sterk verspreid.

Andere exoten te vermelden:

- beklierde basterdwederik Epilobium ciliatum Rafin
- draadereprijs Veronica filiformis Sm.
- schijnaardbei Potentilla indica (Andr.) Wolf
- tuinjudaspenning Lunaria annua L.

Ecosystemen in begraafplaatsen
Een ecosysteem is niet alleen de samenleving van organismen (planten, dieren en micro-organismen) binnen een bepaalde leefomgeving. Het is vooral ook de uitwisseling van materie en energie tussen de organismen onderling en tussen het leven en de niet-levende omgeving: bodem, water en lucht.

Onderdeel van een ecosysteem zijn afzonderlijke planten, dieren en micro-organismen en de complexen die zij vormen, bijvoorbeeld in de vorm van levensgemeenschappen en populaties. Vaak ziet men ecosystemen als dynamische en functionele eenheden.

Veel interacties tussen de organismen in een ecosysteem worden door wetenschappers beschreven als een voedselketen. Het biotische deel van het ecosysteem heeft altijd drie basale componenten: de producenten, vaak planten, de consumenten, veelal dieren en de reducenten, vaak schimmels en bacteriën, die dode organismen weer afbreken tot elementaire bouwstoffen.

Onderzoekers hebben ontdekt dat er op begraafplaatsen een ‘perfect ecosysteem’ kan ontstaan. Er kunnen tientallen plantensoorten en insecten leven op een begraafplaats die niet terug te vinden zijn in stadsparken.

Bestuiving
Wilde bijen, zweefvliegen, hommels en vlinders zijn als bestuiver in van belang voor het behoud van de biodiversiteit in zijn totaliteit en voor het openbaar groen. Ongeveer tachtig procent van de planten in de natuur en in perken en plantsoenen wordt bestoven door insecten.

Door in de begraafplaats een geschikte leefomgeving voor insecten aan te bieden, door het behouden en het eventueel inplanten van extra soorten die aantrekkelijk zijn voor deze insecten, hebben zij niet alleen voldoende gevarieerd voedsel en leefruimte, maar levert ‘het ecosysteem’ ook een aantrekkelijk landschap voor passanten en bezoekers. In de begraafplaats bevinden zich al een aantal soorten die veel pollen en nectar produceren en dus bijen, vlinders en hommels aantrekken, die bestuiving mogelijk maken. Onder anderen zijn te noemen:
- kruiskruiden (bezemkruiskruid, klein kruiskruid, st.Jacobskruiskruid)
- brede wespenorchis
- gewone hennepnetel
- grote ereprijs
- gewone rolklaver
- harig wilgenroosje
- heggenrank
- hondsdraf
- kleine maagdenpalm
- paarse dovenetel
- rode klaver
- gewone smeerwortel
- vingerhoedskruid
- witte klaver

Conclusie en advies
Wat wij als ‘onkruiden’ beschouwen zijn veelal planten die als indicatoren fungeren. Zij geven een boodschap over de plek waar ze voorkomen. Ze vertellen wat over de grond, over de samenstelling (structuur, zuurheidsgraad, vochtigheidsgraad en de mate van stikstof in de bodem). Bovendien zijn ze herstellers van het evenwicht in de bodem. Plantengroei bevordert de werking van bodembacteriën, schimmels en andere organismen. Zorgen voor indicatorplanten betekent goed zorgen voor de bodem en haar bodemorganismen.

Om een goede balans van de bodem van de hele begraafplaats te behouden, wordt geadviseerd om ‘onkruiden’ zoveel mogelijk ongemoeid te laten. Eventueel kan er bij de hoofpaden (bij de oude en nieuwe ingang) en de paden tussen de graven wat geschoffeld worden voor een nettere uitzicht op de begraafplaats. Het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen willen we met klem afraden! Wilde planten en insecten zijn er bijzonder gevoelig voor.

Laat bodem bedekkende planten, zoals spurrie en muur staan. Ook zij hebben een regulerende werking op de bodem. Sterk wortelende planten zoals brandnetel, smeerwortel, distels en zuring hebben mineraalrijk blad, en de bovenste delen (stam en bladen) van de plant kunnen als goede natuurlijke compost gebruikt worden.

Een aantal oude grafzerken zijn in vervallen staat maar vormen daardoor juist een ideale groeiplaats voor bijzondere soorten als tongvaren en steenbreekvaren. Restauratie van deze graven zou dan ook met de nodige omzichtigheid moeten worden aangepakt. Wellicht veel beter nog is er voor te kiezen een aantal van deze oude graven te laten zoals ze zijn. Een vervallen graf kan indrukwekkend van schoonheid zijn.

Voor het behouden en verder stimuleren van de begraafplaats als een echt ecosysteem zou het laten staan van planten van belang zijn, en het inplanten van extra planten, die voornamelijk andere dieren zoals insecten en vogels aantrekken. In de begraafplaats kunnen wij al planten vinden die dit nu al bevorderen:

- klimop. Trekt tot laat in de herfst insecten aan die als voedsel voor vogels. Bloeiende klimop is de laatste plant in het seizoen om nectar te leveren en vooral bijen, maar ook hommels en vlinders maken daar dankbaar gebruik van.
- kruiskruiden (bezemkruiskruid, kleinekruiskruid, st. jacobskruiskruid). Bevatten alkaloïden die gespecialiseerde insecten trekken die ze nodig hebben voor hun stofwisseling. Bovendien laten hun eieren bij voorkeur op de plant afzetten (meestal op de bloem hoofdjes van de plant) en later zullen de larven voeden zich dan wel met de blad.
- grote brandnetel. Belangrijke voedingsbron voor allerlei rupsen van vlinders, die hun eieren op deze plantensoort afzetten.
- klein hoefblad. Gastheer voor roestzwammen en wordt als voedselplant gebruikt door een aantal insectensoorten als bladluizen en rupsen uit de bladrollerfamilie en vedermotten.
- vogelmuur. Uitstekende bodembedekker. Zowel de groene delen als de overvloedige aantallen oliehoudende zaden dienen als voedselbron voor onder meer allerlei vogels.

Voor het aantrekken van wilde bestuivers is het noodzakelijk geen onkruidbestrijdingsmiddelen te gebruiken en de variatie en omvang in voedselaanbod en geschikte nestgelegenheid te vergroten. Dit kan door bijvoorbeeld bloemrijke stroken aan te leggen langs de randen van de begraafplaats met voor bestuivers aantrekkelijke nectarplanten: vlinderstruik, grote kattenstaart, dropplant, blauwe regen, purperleverkruid, monarda, trompetplant, enz. Wilde bestuivers zijn voor nestgelegenheid gebaat bij open zandplekjes en ongestoorde ruigten.

De natuur kan niet zonder biodiversiteit. Soorten en ecosystemen zorgen bijvoorbeeld voor de productie van zuurstof, afbraak van dode dieren en planten, bestuiving van planten (waaronder landbouwgewassen), waterzuivering en het beheersen van plagen. Vandaar dat het conserveren van de begraafplaats een unieke kans is om een bijdrage te leveren aan het natuurbehoud. Zelfs midden in de stad!

Sonsoles Marin
oktober 2016